Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Cabaret

  Column

Mijn opa woont in zorgcentrum Polbeek van zorggroep Sint Maarten. Als ik bij hem op bezoek ga, staat hij aan het aanrecht en drinkt staand zijn biertje op. Dan kan het glas direct de gootsteen in en hoeft hij straks niet meer zijn stoel uit om de salontafel op te ruimen.
Als hij is komen zitten vraag ik of hij de oudejaarsconference dit jaar gaat kijken.
'Nee,' zegt hij luid. Het is aan hem niet meer besteed. 'Vroeger waren er drie, de grote drie. Je had Toon Hermans, Seth Gaaikema en Wim Kan. Ik hield vroeger heel erg van Wim Kan op oudejaarsavond, daar bleef ik voor wakker. De kerk vervroegde zelfs de dienst, omdat iedereen naar hem op de radio wilde luisteren. Hij maakte altijd grappen over politici. Alle politici. Zo van die minister van Onderwijs, het schijnt dat hij hier zelf ook nog iets van genoten heeft. En dat ging dan een hele avond door. Tegenwoordig doen ze dat niet meer. Ja, nog wel een beetje, een enkele keer nemen ze een politicus in de maling, maar niet meer zoals Wim Kan dat kon. Vorig jaar heb ik het gezien. God, hoe heet die man ook alweer?'
'Herman Finkers.'
'Ja, die. Maar dat vond ik niet leuk. Toen ben ik naar bed gegaan. Want ja, ik zit toch maar in mijn eentje. Het was heel goed, hij kreeg een acht, maar ik vond hem niet grappig. Vroeger wel, vroeger was Herman Finkers heel grappig. Dit jaar doet die griet het. Hoe heet ze ook alweer...
'Claudia de Breij.'
Ja. Die. Ik denk niet dat ik haar grappig vind. Ik heb vroeger Wim Kan nog gezien. Daar bleef ik voor wakker.'
Hij kijkt ongeïnteresseerd uit het raam.
'Eigenlijk moet je Wim Kan vergeten zijn om het nu nog leuk te vinden.'

Meer berichten