Foto: Tim Pardijs
Column Tole Bobbink

Hondenweer

  Column

Het is een gure herfstavond. De regen valt schuin uit de lucht en de takken van de bomen zwiepen heen en weer. Lotje en ik staan in de deuropening. Ons laatste uitje van de dag, plassen en indien nodig ook even poepen, daar hebben we onder deze omstandigheden geen zin in.

Lotje kijkt naar buiten en dan naar mij. Ik zie dat ze voorzichtig een pas achteruit zet. 'Ik hoef niet te plassen,' zegt ze.

'Je hebt een lange nacht voor de boeg. begrijp je wat de consequentie is als we nu niet naar buiten gaan om te plassen?'

'Consequentie?'

'Precies, dat bedoel ik. Kom, we gaan gewoon even.'

Ik loop voorop en wanneer ik in de tuin sta en me omdraai, staat Lotje me angstig aan te kijken. Het duurt even voor ik haar zover heb dat ze naast me komt staan.

'Ik sta tot mijn enkels in het regenwater. Hoe kun je van me verwachten dat ik onder deze condities mijn behoefte doe?'

'Wat ben je ineens welbespraakt en kritisch? Dat is me nog nooit opgevallen. Hoe eerder je je plasje doet, hoe sneller we naar binnen kunnen.'

Lotje manoeuvreert zich tussen mijn benen om ook te kunnen schuilen onder de lange winterjas die ik over me heen heb geslagen.

'Als ik ga zitten krijg ik een natte staart.'

'Kom Lotje, doe je plasje. Dan kunnen we gauw weer naar binnen.'

We lopen samen iets verder de tuin in en vinden een plek waar Lotje met droge voeten een plasje kan doen. Zodra ze klaar is, rent ze naar binnen. In de gang houdt ze stil naast het kastje waar alle nette schoenen staan. Ze schudt zichzelf uit en regenspetters vliegen in het rond: op de witte muren, de witte deuren en de mooie suède schoenen.

Lotje ziet me kijken. 'Ja, sorry,' zegt ze, 'maar jij stuurt me met dit hondenweer naar buiten.'

Tole Bobbink

Meer berichten




Shopbox