Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Hordeur

  Column

Om veel van de vliegende beesten buiten te houden, hebben we een hordeur geplaatst. Dat werkt natuurlijk geweldig, maar alleen wanneer die dicht zit. Op een dag, het is zeer warm en broeierig, vliegen er weer bromvliegen door het huis. Mijn vriendin komt de kamer binnenlopen en zegt: 'To, zo'n hor werkt natuurlijk alleen als je hem dicht doet, hè.'

'Ja,' zeg ik, 'dat klopt. Als je de hor niet dicht doet, kunnen we net zo goed een restaurant voor vliegen beginnen.'

'Waarom doe je hem dan niet dicht?'

'Ik zit hier op de bank en heb de hor niet aangeraakt. Heb jij hem open laten staan?'

Lotje ligt op haar vaste plek en alsof ze het gesprek begrepen heeft en voelt welke kant het opgaat, komt ze met haar kop omhoog. 'Sorry jongens, dat was ik. Hij ging per ongeluk open toen ik er met mijn pootje tegenaan kwam, maar ik kreeg hem niet meer dicht. Ik begrijp nog niet hoe ik deuren dicht kan doen, open lukt me natuurlijk al wel.' Ze onderdrukt met moeite een trotse glimlach.

Ik sta zuchtend op van de bank en grijp naar de vliegenmepper. 'Dan mag je ze ook zelf doodslaan. Of verjagen uit ons huis.'

Ze gaat opzitten en gooit nog net niet haar pootjes in de lucht. 'Nee,' piept ze. 'Je kunt van mij niet verlangen dat ik een ander dier doodsla. Zulke lieve vliegjes. Dat doe ik niet. En hoe dan? Ik heb geen duimen om de vliegenmepper vast te houden.'

'Ben je nog steeds bang voor vliegen?' vraagt mijn vriendin.

'Walgelijke beesten.' Met de kop in de lucht en de staart omhoog, loopt ze naar buiten. Vlak voor ze naar buiten stapt, zegt ze: 'Ik ben misschien een jachthond, maar ik apporteer mijn prooi, ik ben geen moordenaar.' Als mijn vriendin en ik verbaasd naar elkaar kijken, horen we Lotje zachtjes de hordeur dichtdoen. Dan rent ze vrolijk over het grind de tuin in.

Meer berichten