Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Touw

  Column

Mijn vriendin en ik hebben het huis kindvriendelijk. Voor de hond. We hebben traphekjes en brandbare of chemische stoffen staan op een hoogte waar de hond er niet bij kan. En we hebben een paar belangrijke regels om het voor iedereen leuk en veilig te houden: ze mag niet met messen spelen, niet met scharen rennen en niet blaffen met volle mond.

Maar met een pup in huis weet je nooit wat je te wachten staat. Zo komt mijn vriendin lachend naar binnen. 'Kom kijken, Lotje heeft van touw een doolhof gemaakt.'

Met een stuk touw in haar bek heeft ze kriskras door de tuin gerend. Honderd meter touw loopt als een grote boobytrap langs bomen en struiken. Aan het eind van het touw trekt Lotje kwispelend aan het laatste stuk.

Lotje is blij en ik zucht, want het touw netjes oprollen kan ze niet.

Later die dag, wanneer ik op de bank lig, hoor ik Lotje een keer blaffen. Dat is het teken dat ze naar binnen wil. Doorgaans staat ze dan braaf voor de achterdeur te wachten tot we haar binnenlaten. Wanneer ik nu de deur open, zie ik haar midden op het grindpad zitten. Ze kijkt me aan. Omdat ik zelf geen hond ben, kan ik haar gezichtsuitdrukking niet duiden, maar volgens mij zit ze verwachtingsvol en ontspannen naar me te kijken.

'Kom dan, Lotje,' zeg ik zo vrolijk mogelijk. Ze blijft me aankijken. Nog enthousiaster zeg ik dat ze naar binnen moet komen.

Weer geen beweging en omdat ze dol is op mijn hoge stem en daar normaalgesproken blij van wordt, loop ik naar haar toe in de veronderstelling dat er iets is.

Als ik haar optil, voel ik dat ze verstrikt zit in het touw en moet ik er een schaar bij pakken. In plaats van een mooi stuk touw van 100 meter, heb ik nu een heleboel losse eindjes.

Meer berichten