Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Bevroren ree

  Column

Samen met Lotje wandel ik op een zondagochtend over de hei. Daar waar ik 'samen' zeg, bedoel ik niet samen. Lotje is een hond en dus rent ze heen en weer en snuffelt op plekken die op mij vies overkomen. Het is vroeg, acht uur, en dat betekent dat ik alleen op de hei ben en daar word ik blij van. Kan ik hard in mezelf praten en af en toe gek doen om de aandacht van Lotje te trekken.

Op een gegeven moment ben ik haar kwijt. Ik kan zien waar ze staat, maar ze reageert niet op mijn fluitje of op het roepen van haar naam. Ze staat met enthousiasme ergens aan te ruiken. Het duurt nu al zo'n lange tijd dat het niet anders kan of ze is dat wat voor haar ligt gaan eten. En omdat ze zo blij is, ligt daar iets waar ze waarschijnlijk vanaf zou moeten blijven.

Ik ren ernaartoe en halverwege komt ze kwispelend op me afgerend, alsof ze me enthousiast komt halen om me te laten zien wat ze gevonden heeft. Op de plek aangekomen ligt een voor tweederde aangevreten ree. Als ik naar Lotje kijk, laat ze een boer en kijkt me likkebaardend aan.

Als Lotje een boer laat, heeft ze ervan gegeten.

Thuis vertel ik in geuren en kleuren aan mijn vriendin wat er gebeurd is en ze bekijkt met walging op haar gezicht de foto's van het kadaver.

'Ze moet gauw in bad, want ze stinkt, anders dan normaal. En ze moet zo'n snoepje, want ze stinkt uit haar bek.'

'Mag je wel bek zeggen over een hond?

"Volgens mij is een hond geen edel dier. Ik heb een paard nog nooit rottend vlees zien eten. Gelukkig vriest het buiten, anders had ze nu rottende ree gegeten en werd ze ziek.'

'Mmm,' zeg ik tot besluit. 'Rot is vies en vies is lekker.'

Meer berichten