Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Tole Bobbink: Ochtendhond

  Column

Mijn vriendin staat elke ochtend vroeg op voor haar werk. Vijf uur is geen uitzondering. Ze opent de bench van Lotje en aait haar een beetje. Vaak is ze zo moe, dat ze uit de bench strompelt en zich op het kleed uitrekt en een paar tellen voor zich uitstaart. Voor mijn vriendin het moment om haar te masseren zoals ze dat al sinds het begin van Lotjes leven doet.

Na het plassen rent Lotje naar binnen en gaat in haar zachte mand liggen om er vervolgens pas weer uit te komen als mijn vriendin naar het station loopt. Om haar zo lang mogelijk te kunnen zien, heeft Lotje een positie in de woonkamer gevonden vanaf waar ze de hele route naar het station kan volgen.

Vanaf het perron is ons huis te zien. Als ze eenmaal op de trein staat te wachten, trek ik de Luxaflex omhoog en staan Lotje en ik, als twee mensen in de dierentuin, met de neus tegen het glas om naar het perron te kijken. Af en toe, als het nog heel vroeg en donker is, knip ik het licht aan en uit.

Een slimme verstaander herkent hierin de boodschap: 'Fijne dag vandaag op het werk, tot vanavond, dikke kus Lotje en mij.' In morse. Een slechte verstaander belt de ambulance omdat ze niet verder komen dan 'SOS' en denken dat ik, een man van 35 met de conditie van een poema, een hartaanval heb.

Bij toeval ben ik vanochtend degene die om zes uur wakker is en als eerste Lotje uit haar bench haalt. Ik maak het deurtje open en knip het sfeerlichtje boven haar bench aan. Ze blijft liggen, maar begint te kwispelen met de punt van haar staart. Aan het kwispelende puntje kan ik opmaken dat het een goede dag zal zijn.

Meer berichten