Logo zutphensekoerier.nl


Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Wolfje

  Column


Met Lotje loop ik in Utrecht langs de gracht. Er is niet veel gras in de stad, dus het gras dat er is, ligt bezaaid met hondenpoep. De française die ze is, laveert ze om de drollen heen. Af en toe ruikt ze eraan, zoals het een hond betaamt, maar ervan eten doet ze niet.


Er loopt een vrouw langs en ze lacht. Niet naar mij, maar naar de hond. Lotje lacht terug, op haar manier. Ze kwispelt en piept en begint aan de lijn te trekken.
'Ja,' zeg ik verontschuldigend, 'als je naar haar lacht, dan komt ze naar je toe.'


De vrouw stopt. 'Oh, dat vind ik helemaal niet erg, hoor. Ik hou van honden en zeker als ze zo schattig zijn als deze.' Ze gaat op haar hurken zitten en begint te aaien. Precies zoals de theorie het voorschrijft: gehurkt en op de buik.
'Wat is het voor hond?'

'Er is een wolf in de stad'


'Ze is een Barbet, een Franse waterhond.'
'Och, wat leuk, een echt dametje dus.'
Ze aait Lotje nog wat en staat dan op. 'Fijne dag nog, hè.'


Lotje kijkt haar na en ik kijk om me heen. Er rijdt een politiewagen langs en vlak daarna een ambulance. Nu is Lotje wel wat gewend, qua sirenes, maar ze heeft er nog niet eerder zo dicht op gestaan. Ze steekt haar kop de lucht in en begint te huilen als een wolf. Dit doet ze altijd wanneer een sirene langsrijdt. Ik weet niet wat het betekent, heb geen zin het te Googlen en vindt het te lief om af te leren.


Mensen kijken om en beginnen te lachen. Aan de overkant van de straat loopt een grote groep kinderen netjes in tweetallen. Ze wijzen en roepen en springen op en neer.
Er is een wolf in de stad. Een wolf genaamd Lotje en iedereen weet het.

reageer als eerste
Meer berichten


Shopbox