Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Tole Bobbink: Schapendrijver

  Column

Mijn vriendin en ik rijden op zondagochtend naar een bos. Er is geen duidelijke parkeerplaats en dus neem ik een smal stuk weg naast een slagboom. Het ziet er allemaal te officieel uit om als openbare weg te gelden, maar ik heb vorige week in hetzelfde bos auto's en honden gehoord en we leven in een buitengebied. In het buitengebied doen regels er minder toe. Lijkt me.


Ik manoeuvreer rustig langs de paaltjes en rij stapvoets over het pad. Hoewel ik extra alert ben, probeer ik zo ontspannen mogelijk auto te rijden. Lotje zit achterin en als het baasje zenuwachtig achter het stuur zit, zal zij beginnen te piepen.

Na een paar honderd meter passeren we enkele auto's met aanhangwagens. Kleine trailers. De trailers waarvan de klep openstaat, zijn leeg. In een andere trailer zitten twee honden. Mechelse herders. Elk in een eigen hok. Mijn vriendin en ik kijken elkaar geschrokken en lachend aan. Nu zien we links van de auto, op een veldje, zes mannen lopen met elk een herder aan de lijn.
'Omekot, zijn dat politiehonden?'
'Zullen we uitstappen en vragen waar we Lotje kunnen aanmelden voor de Kill & Attack training?'
Mijn vriendin en ik lachen en, alsof ze begrepen heeft wat ik net heb gezegd, begint Lotje op de achterbank te piepen.
'Gauw, doorrijden,' zegt mijn vriendin. 'En zit niet achter het stuur alsof je iets verkeerds gedaan hebt. Probeer gewoon cool te zijn.'
Met een arm op het stuur en de andere arm op de versnellingspook, probeer ik cool te kijken.
Ze lacht. 'Nu kijk je dom en boos.'
Als we een flink stuk gereden hebben, zet ik de auto aan de kant. We wandelen door het bos en als Lotje een weiland met schapen ziet, rent ze eropaf alsof ze nooit iets anders in haar leven heeft gedaan dan schapendrijven.

Meer berichten