Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Dierenarts

  Column

Lotje ligt terneergeslagen aan mijn voeten en ik heb een brok in mijn keel. Ik vraag de dierenarts wanneer ze onder narcose gaat.

'Ik moet eerst mijn spreekuur afmaken. Ik heb in twee andere kamers spoedgevallen zitten. Ik bel je zodra ik haar behandeld heb of met je moet overleggen over wat ik vind.'

'Ik wil je niet opjagen,' zeg ik voorzichtig, 'maar heb je enig idee hoe laat dat zou kunnen zijn? Moet ze hier overnachten, of heb ik haar aan het eind van de dag weer thuis.'

Ze draait zich om. 'Sorry, het is heel flauw van me, maar ik ga het zo snel mogelijk doen. Ik kan je geen tijd meegeven. Lotje is gelukkig geen spoedgeval, maar dat betekent wel dat ze moet wachten. Het gaat nu op volgorde van...' ze pauzeert en zoekt naar woorden.

'... op volgorde van wie het eerst doodgaat?'

Haar gezicht vertrekt. 'Ja,' zegt ze.

'Ik begrijp het. Ik maak me alleen zorgen om Lotje, daarom vraag ik het.'

Als ik Lotje aai, krijg ik een brok in mijn keel. Zo'n klein hondje, zoveel pijn. Haar achterlaten in de kliniek is moeilijk en als ik bij de uitgang ben, krijg ik met moeite een groet naar de assistente uitgesproken.

Twee uur later krijg ik een telefoontje dat ik haar kan ophalen. Wanneer ik de hal binnenloop, komt de assistente met Lotje door een klapdeur. 'Kijk eens wie daar is,' zegt ze met hoge stem tegen Lotje. Ze ziet me en komt, nog een beetje onvast op haar benen, op me afgerend. Ze heeft een hondenpleister om haar pootje op de plek waar het infuus gezeten heeft. Ik word emotioneel, mijn hondje is weer blij.

Als we thuis aankomen en de oprit oplopen, drukt ze haar onderlijf op een stapeltje natte bladeren.

Het is het toch het lekkerst plassen in je eigen tuin.

Meer berichten