Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Stadshond

  Column

Wanneer je met een hond in het buitengebied woont, is het al gauw een hond die vrolijk reageert op mensen. Zo vaak loopt er immers niet iemand langs je huis. En als er wel iemand aanbelt, dan willen ze je, in ruil voor geld, iets aanbieden: oliebollen, rookworsten en meer van dat soort delicatessen.

De mensen die Lotje ziet, bespringt ze gretig. Telkens wanneer er bezoek komt, en ze enthousiast op degene afrent die via de vordeur naar binnenstapt, schaam ik me een beetje. Ze doet het met zo'n overtuiging dat het lijkt alsof ze zich bij ons thuis doodverveelt.

'De mensen die Lotje ziet, bespringt ze gretig'

Al dat enthousiasme is leuk bij een pup, maar met een hond van veertig kilo is dat niet prettig. En om haar dat af te leren, reden mijn vriendin en ik naar een grote stad voor een spoedcursus socialiseren. Bij honderd mensen per minuut enthousiast opspringen is niet mogelijk. En dus schakelde ze als vanzelf over op een observerend gezelligheidsdier. Ze keek links en rechts en snuffelde aan elke paal waar reutjes hun geur hadden achtergelaten.

Op het terras werd ze zoveel aangehaald door vrolijke studentes, dat ze het op een gegeven moment als vanzelfsprekend ging ervaren. Iedere jonge vrouw die eruitzag als een student, keek ze aan met een kwispelend staartje dat zei: 'Vind je me ook zo schattig? Aai me, aai me dan.'

In de auto terug naar huis lag ze als een tevreden baby te slapen. Gevoed, gepoept en een schone deken. Zodra ze op de achterbank zat, legde ze haar koppie neer en viel ze in een diepe slaap. Ze droomde over de stad en schudde zacht met haar pootjes. Af en toe, bij een spannend stukje, hoorden we haar piepen.

De grote stad is geweldig. Later als ze groot is, wil ze er wonen.

Meer berichten