Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Koptelefoon

  Column

Mijn opa belt voor de tweede keer in tien minuten met de vraag wanneer ik vandaag kom, want de koptelefoon doet het niet. Omdat hij warrig en angstig is, heb ik tien minuten daarvoor met het Buurtzorg-huis gebeld en gevraagd of ze even op zijn kamer willen kijken. Als ik opa vertel dat ik niet meer kom die dag, omdat ik er net geweest ben, zegt hij dat de verpleegster heeft gezegd dat ik zou komen. Omdat ik vermoed dat hij nog steeds warrig is, bel ik weer met de verpleging.
'Nee,' zegt ze, 'ik had gehoord dat je straks weer zou komen dus heb ik dat tegen je opa gezegd. Hij is angstig en in de war en kan je bezoek wel even gebruiken.'
Mijn vriendin en ik stappen in de auto. Als we aankomen vangt de verpleegster ons op. 'Hij zit nu eindelijk ontspannen in zijn stoel naar de tv te kijken, zonder geluid, want de koptelefoon doet het niet. De druppeltjes die hem helpen kalmeren, werken later dan verwacht.'
Als we op zijn kamer komen, zit hij onderuitgezakt in zijn stoel, heel dicht bij het scherm. Er is niks mis met zijn ogen, maar ik verbaas me bij hem nergens meer over. De koptelefoon krijg ik niet aan de praat. Ik bel de man van mijn nichtje en hij kan me in twee tellen uitleggen hoe het moet.
We zitten nog een lange tijd te kletsen over vroeger en hij ziet me even aan voor mijn vader. 'Jij hebt vroeger op volleybal gezeten,' zegt hij, 'en ik heb foto's om het te bewijzen.' Als ik mijn vriendin verbaasd aankijk, zegt ze: 'Je zit precies zoals je vader in de stoel.'
Wanneer we weggaan en ik de tv aanzet, zet hij hem zelf weer uit. 'Geen zin in,' zegt hij, is toch niks op, ik ga liever dromen en mijmeren.'

Meer berichten