Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Lieve opa

  Column

Mijn opa heeft een fijne kamer in het hospice. Wanneer mijn vriendin en ik er binnenkomen, voelt het vertrouwd: het is er warm, zijn eigen klok tikt en hij slaapt.
Hij zit in een luxe, leren stoel met de voeten omhoog. Als hij voor de zoveelste keer wakker schrikt, zegt hij: 'Tole, zet even mijn stoel in de gewone stand, ik val heel de tijd in slaap zo.' Met de afstandsbediening zet ik de benen omhoog en nog voor hij helemaal rechtop zit, zie ik hem weer wegdommelen. Als de stand van de benen hem bevalt, knikt hij zachtjes met zijn hoofd. 'Ja, zo is het goed.'
Mijn vriendin kan haar tranen niet langer inhouden en begint te huilen. Opa ziet het. 'Wat is er meisje?' Ze hurkt voor zijn stoel en pakt een hand vast. 'Ik vind het zo erg opa, dat u daar zo zit.' Hij legt beide handen op die van haar. 'Ja meisje, ik begrijp het.' Hij wil een verhaal vertellen, maar ziet aan haar ogen dat ze er nog niet klaar voor is. 'Het is goed dat het gebeurt meisje, maar ik moet ook dood.' Hij kijkt naar mij. 'Kijk, dat mensen huilen als Cruijff dood gaat, dat snap ik. Maar als mensen als Cruijff doodgaan, dan ik ook.' Hij kijkt mijn vriendin weer aan en glimlacht. 'Mijn dromen zijn uitgekomen. Ik heb een boerderijtje gehad en toen ik die moest verkopen voor de rondweg, heb ik altijd een moestuin gehad.'
Na het bezoek zetten we de auto stil langs een bos en wandelen doelloos kleine rondjes. We zeggen niet veel, we zijn vooral verdrietig. Als we vlak bij de auto zijn, op het laatste stuk van het rondje, schopt ze resten sneeuw de lucht in. 'Je hebt zo'n lieve opa,' zegt ze boos.
'Kom,' zeg ik, 'we lopen nog een rondje.'

Meer berichten