Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Tehuis

  Column

Mijn opa heeft de huisarts uitgenodigd om te kijken naar zijn verwondingen van de val. Hij heeft zijn kleinkind Juliette en mij gevraagd bij het gesprek aanwezig te zijn.
Zodra de huisarts zit en zijn rugtas heeft opengeritst, vraagt hij hoe het gaat. En of we de kast al hebben vastgeschroefd aan de muur.
Opa lacht. 'Dat gebeurt me geen tweede keer, dokter. Als ik iets op de kast moet hebben, bel ik een van mijn kleinkinderen wel.'
De huisarts knikt voorzichtig. 'Wordt het moeilijk om op uzelf te wonen?'
'Ach nee, ik heb hulp.' Opa knikt naar mijn nichtje en mij.
'Ja, en dat doen ze vast heel graag voor u, maar het wordt wel gevaarlijk op deze manier. Straks valt u een keertje 's nachts en dan is er niet direct hulp. En uw kleinkinderen maken zich natuurlijk ook zorgen.'
'Ja, maar waar moet ik dan naartoe? Ik wil hier niet weg. Ik woon hier goed.'
'Maar is het nog veilig?'
Opa kijkt naar buiten.
'We zeggen niet dat u weg moet,' vervolgt de huisarts, 'maar we moeten er met z'n allen over nadenken wat verstandig is. Neem de tijd en praat erover met uw kleinkinderen.' De dokter legt een hand op opa's knie. 'We gaan u echt niet zomaar ergens anders heen verhuizen, maar wanneer mensen van uw leeftijd vallen en zich bezeren, is dat een teken dat er extra zorg nodig is.'
Opa kijkt bedrukt voor zich uit. 'Ik wil hier niet weg,' mompelt hij.
Als de dokter is opgestapt, schenk ik koffie voor ons in. 'We gaan nog lang niet weg opa, we gaan er eerst heel veel over praten en nadenken en koffie drinken.'
Hij slurpt voorzichtig en knikt. 'Waar moet ik heen dan? Een of ander tehuis? Ik wil hier niet weg. Deze grond is me heilig.'

Meer berichten