Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Dubbeltjesdans

  Column

Mijn opa is een zuinig man. Altijd al geweest. 'Het is de kunst,' zegt hij, 'om zonder geld plezier te maken. Net na de oorlog hadden we niet veel, dus moesten we ons vermaken zonder geld.'
'Hoe deden jullie dat dan, opa, alles kost toch geld?'
'We gingen graag naar feestjes, maar dan zonder toegang te betalen. We visten afgescheurde toegangskaartjes uit de asbak om binnen te komen. Of een van ons kocht een kaartje en die kreeg een stempel op zijn hand. Dat doen ze nu misschien ook nog wel. We renden dan gauw naar elkaar toe om die stempel over te geven en dan ging je later naar de kassa toe en zei je: "Ach toe, geef me even een nieuwe stempel, die van mij is vaag van al het dansen."'
Ik vraag hem waar dat was.
'Aan de Oudewand. Daar zat een bioscoop en bovenin was de Casinozaal. Daar kon je dansen. Daar heb ik mijn vrouw ontmoet.'
Hij glundert, er komt vast iets moois nu.
'Op een van de eerste keren dat mijn vrouw en ik uitgingen, liep zij naar de kassa van de ingang en ik naar de asbak om weggegooide toegangskaartjes te zoeken. "Wat ga je doen," vroeg ze, en ik zei: "Kaartjes zoeken, hoezo?" "Die kunnen we toch gewoon kopen?" zei ze verbaasd. "O ja." Ik gauw erachteraan omdat ze nog niet mocht weten dat ik weinig geld had.
'Het enige wat we niet deden,' zegt hij trots, 'was de dubbeltjesdans. Daar was de entree gratis, maar moest je per dans een dubbeltje betalen. Maar je betaalde ook voor je meisje, dus was je twee dubbeltjes kwijt en dat vonden we te veel. We bleven zitten langs de kant. Dat vonden onze vrouwen niet leuk. Daar gingen we dus nooit meer heen, want vrouwen willen dansen.'

Meer berichten