Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Opa Nijenhuis

  Column

De andere opa van mijn opa was een arbeider in dienst bij een boer aan de Komsteeg in Zutphen. Opa Nijenhuis was geweldig.
'Hij werkte bij een boerderij in de stad, bij jou om de hoek. Elke zaterdagavond om negen uur kreeg hij een loonzakje en dan liep hij door de straat waar jij nu woont. Zijn vrouw stond hem daar op te wachten. De kruidenier op de Nieuwstad bleef speciaal voor de arbeiders zo laat open.'
Ik sta versteld. 'Dus jouw opa liep met zijn loonzakje al door de straat waar ik nu woon?'
Hij knikt, zelf ook onder de indruk.
'Maar hij wilde niet zijn hele leven als arbeider in dienst van iemand anders werken, dat was veel te zwaar. Hij kocht een geit. Een geit was toen "de koe van de arbeider". Uiteindelijk had hij een boerderij met acht koeien die elke zomer op het grasveld van de schaatsbaan stonden te grazen. De IJsbaan ken je wel, hè?'
'Ja opa,' zeg ik, 'de schaatsbaan in Zutphen kent iedereen. Ook al kunnen we niet meer elk jaar schaatsen.'
Hij lacht. 'Nou, elk voorjaar brachten we die koeien erheen en liepen we over wat nu de Schimmelpennicklaan is. En elk najaar brachten we ze weer terug naar de stal.'
'Mijn opa was een geweldige boer,' vertelt mijn opa verder. 'Als boeren in de omgeving een zieke koe hadden en ze wisten niet wat er was, dan zeiden ze tegen elkaar: "Ga maar naar Nijenhuis, als die het niet weet kun je de koe afschrijven." En elke zondag trok hij een schone kiel aan en schuurde zijn klompen en dan liepen we langs de waterkant en voerden eindeloze gesprekken.'
Hij kijkt me dromerig aan. 'Ja, het zal niet elke zondag zo gegaan zijn, maar dat is wat ik me herinner in ieder geval.'

Meer berichten