Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Het rondje

  Column

Mijn opa begrijpt niks van de smartphone die zijn kleinkinderen bij zich hebben. Hij weet dat je ermee kunt bellen en foto's maken, maar dat je ermee kunt internetten is onbegrijpelijk. Internet is sowieso een vreemd fenomeen voor mijn opa. Als ik uitleg dat je er afspraakjes mee kunt maken met jongens en meisjes, schudt hij afkeurend zijn hoofd en legt uit hoe dat vroeger in Zutphen ging.
'We liepen in een cirkel door de stad, "het rondje" noemden we dat. We gingen via de Houtmarkt over de Sprongstraat, door de Beukerstraat en dan via de Turfstraat weer de markt op.'
Hij kijkt me vragend aan en als ik dommig voor me uit blijf kijken, begint hij harder te praten en beter te articuleren. Alsof ik doof ben. 'We liepen over de Beukerstraat en dan de Turfstraat, dat ken je wel! Toch?'
Ik kijk hem uitdrukkingsloos aan. 'Ik ben niet goed met namen,' zeg ik hard.
Hij schudt misprijzend zijn hoofd. 'Je woont hier al je hele leven… Nou goed, voor de Hema langs en dan voorbij de fontein naar links, dat rondje liepen we.'
Ik knik enthousiast.
'En dan liepen de jongens aan de rechterkant van de straat en de meisjes aan de linkerkant en dan kwam je elkaar ergens tegen.'
'En dan?'
'En dan? Ja, dan stoeien en vechten en daar kwamen dan allerlei leuke dingen van. En zo nu en dan kreeg je wat verkering. En dan gingen ze weg hè, uit het rondje.'
'Hou oud was je toen?
'Een jaar of zestien, denk ik.'
'Hoe kwam dat dan, die rondjes?
'Dat weet ik niet. Dat deden mijn ouders al. Dat bestaat nu niet meer, dat rondje, ik zie ze in ieder geval niet meer lopen.'
Hij pauzeert.
'Maar iedere oude Zutphenees die kent dat rondje. Ga het ze maar vragen.'

Meer berichten