Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Feestje?

Met de trainer van de hondencursus loop ik, samen met Lotje natuurlijk, door het bos. We hebben een privé-sessie omdat het achterna rennen van reeën haar zo snel mogelijk afgeleerd moet worden.

Lotje doet het goed, qua hondengedrag. Ze rent en speelt en snuffelt en af en toe kijkt ze onze kant op. Ze blijft binnen een straal van twintig meter om ons heen rennen en "checkt" nu en dan bij ons in voor een aai.

Maar dan. Van links komt een klein hondje en van rechts een nog kleiner hondje. Beide zien er uit als leuk speelgoed, je hoeft zelf geen hond te zijn om dat te begrijpen. Lotje kijkt een paar keer naar de hondjes en naar mij. Ik doe van alles om haar aandacht te trekken, maar ze heeft duidelijk geen zin in gehoorzaamheid.

'Waar is het feestje? Hier is het feestje'

De trainster rent stampend op Lotje af en zodra ze contact heeft en haar aankijkt, rent ze de andere kant op. 'Waar is het feestje? Hier is het feestje,' zegt ze met hoge stem.

Ze komt naast me staan. 'Ze maakte de verkeerde keuze en dan is het goed haar even te helpen, haar af te leiden. Het moet altijd het leukste zijn bij jou, de baas, zodat de keuze tussen andere honden en jou heel makkelijk is.'

Omdat ik het enthousiasme en stemvolume mis om door het bos te lopen zoals de trainster dat doet, overhandigt ze me op de parkeerplaats een fluitje. 'Hiermee kun je, als je het op de juiste manier traint, Lotje terugroepen. Dan hoef je niet te schreeuwen. Je moet sowieso niet schreeuwen, dat werkt bij honden niet.'

De volgende dag loop ik door het bos. Ik roep regelmatig 'Feestje' en fluit op mijn supersonische hondenfluit. Het is een sneue eenmanspolonaise, maar het werkt. Lotje komt elke keer vrolijk aanrennen.

Meer berichten