Logo zutphensekoerier.nl


Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Vleermuis

Wanneer ik beneden aan de keukentafel zit, hoor ik mijn vriendin in paniek mijn naam roepen.
'Er vliegt iets heel groots door de slaapkamer. Volgens mij is het een vleermuis.'

Ik ren naar boven en zie haar opgerold onder de dekens liggen.
'Weet je het zeker?' vraag ik.
'Ja, hij kwam op me af en cirkelde toen in de kamer in van die typische vleermuis-rondjes.'
Ik ga naast haar in bed liggen en na vijftien minuten heb ik nog geen vleermuis gezien. 'Je hebt het vast gedroomd, want ik zie niks,' zeg ik. Als ik voor de zekerheid een verdieping lager naar het plafond kijk, hangt er een klein zwart geval aan de gordijnrails.


'Hier hangt de vleermuis, aan de gordijnrails,' zeg ik met overslaande stem. Ik gooi een deken over mijn hoofd, pak de laptop van die kamer en trek de deur achter me dicht. De deur heeft geen klink en dus blijft hij op een kiertje staan. Maar ach, denk ik, daar kan hij vast niet doorheen vliegen.
De volgende ochtend hangt de vleermuis natuurlijk niet meer aan de gordijnrails en in alle kieren en gaten waar ik kijk, zie ik geen vleermuis hangen. Of hij is naar buiten gevlogen, door het kleine kiertje waar het raam op stond, of hij hangt ergens waar ik niet kijken kan.
Vleermuizen zijn een beschermde diersoort, lees ik op internet. Van de twintig soorten die er in Nederland leven, zijn er negen zeldzaam. Vleermuizen hebben steeds minder plekken om in weg te kruipen en ze krijgen maar een à twee jongen per jaar.
Ik heb medelijden met de vleermuis gekregen. Ik ga hem niet meer zoeken. Als hij honger krijgt, vliegt hij vanzelf naar buiten. Voor de zekerheid trekken mijn vriendin en ik, zodra de schemer optrekt en de nachtdieren ontwaken, een capuchontrui aan in huis.

reageer als eerste
Meer berichten