Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Urn

Mijn nichtje en ik zijn bij het uitvaartcentrum om het as van mijn opa op te halen.


Als de man van het uitvaartcentrum de urn op tafel zet, kijk ik mijn nichtje verbaasd aan.

'Zat jouw vader in zo'n grote urn?' vraag ik haar. 'Mijn vader niet, hoor.'

We tillen om de beurt de urn op om het gewicht te voelen en kijken elkaar bewonderd aan.


'Grote urn voor zo'n kleine man,' zeg ik tegen niemand in het bijzonder. 'Hij was klein geworden, zeker de laatste maanden.'
'Het gaat niet om het vlees,' licht de man van het uitvaartcentrum toe.

'Het zijn de botten die de urn vullen. Als jullie opa zijn hele leven zware arbeid heeft verricht, dan heeft hij nu dus een zware urn.'

'Grote urn voor zo'n kleine man'


Mijn opa heeft zijn hele leven met zijn lichaam gewerkt en hierdoor sterke spieren en botten gekweekt. Hij zat nooit aan een bureau, als hij aan een tafel zat dan was het om te eten. Mijn vader was, met twee meter, meer een man van het bureau en de computer. Dat zal het verschil gemaakt hebben.
Welke arbeid zinvoller is, dat durf ik niet te zeggen.

Mijn opa zou zeggen dat het erom gaat dat je je eigen geld verdient en als je mazzel hebt doe je werk dat je leuk vindt en zijn je collega's aardig.

Mijn vader zou zeggen dat het gaat om het effect dat je op andere mensen hebt.


Enigszins trots op het gewicht van de urn, lopen mijn nichtje en ik naar de auto op de parkeerplaats.

Op een wandeling van een paar honderd meter wissel ik opa twee keer van kant. Hij is te zwaar voor een hand.

Meer berichten