Foto: Tim Pardijs
Tole Bobbink

Laatste dag

Mijn opa zit in bed als ik op zondagochtend half tien arriveer bij het hospice. Hij wordt gewassen en krijgt hulp met zijn vele pufjes tegen de benauwdheid. Als ik op de drempel van zijn kamer sta, hoor ik hem aan de verpleegster vertellen dat hij een rare droom had. 'Ik droomde dat ik naakt op het plein lag en heen en weer rende. Ja, ik weet ook wel dat het niet waar is, maar ik droomde het heel echt.'
Glimlachend kom ik de kamer binnen en verbijt tegelijkertijd mijn tranen. Hij ziet er niet goed uit. Hij lijkt op mijn vader, maar dan op mijn vader toen die dood op bed lag.
'Dat is mijn kleinzoon,' zegt mijn opa tegen de verpleegster als hij me ziet. 'We gaan zo mijn scootmobiel ophalen, want dan kan ik naar buiten.'


De verpleegster en ik wisselen een korte blik: het is geen goed idee die scootmobiel te halen vandaag. Om mijn opa mijn tranen niet te laten zien, loop ik de kamer uit en drink in de keuken van het hospice een kop koffie. De verpleegster komt overleggen.
'Het gaat niet goed met je opa, hij kan echt niet naar buiten vandaag. Het ziet er steeds slechter uit en vergeleken met gisteren gaat het echt niet goed.'
Ik knik. 'Je hebt gelijk, zoals hij nu is durf ik hem niet eens mee naar buiten te nemen. Ik zal hem van het idee af proberen te brengen.' Opa wordt door mijn nichtje en de verpleegster van het bed naar zijn luie stoel getild en zodra hij zit, valt hij weer in slaap. Een paar minuten later krijgt hij brood en koffie voorgezet. Met een verveeld gezicht eet hij een klein stukje brood. 'Het smaakt me niet meer,' zegt hij verontschuldigend.
'Geeft niks, opa, als je niet wilt eten, dan hoeft dat niet,' zegt mijn nichtje.
'Ik wil niet eten, maar als je niet eet dan ga je dood. En ik wil nog niet dood.'
Voorzichtig kijkt hij omhoog. 'Tole, gaan we zo even de scootmobiel halen? Ik wil zo graag naar buiten.'
'Dat lijkt me niet verstandig, opa, zullen we dat doen als je bent opgeknapt?'
'Oké, dat is goed, dan doen we het een andere keer.'
Het verbaast me dat hij zo snel akkoord gaat met het niet halen van zijn scootmobiel.
Mijn nichtje gaat met haar kinderen naar huis. Ik blijf tegenover mijn opa zitten en kijk naar hoe hij slaapt. Ik wacht op het moment dat hij wakker schrikt en naar me lacht, maar zijn gezicht lijkt in niks op het gezicht van de dag ervoor. Een half uur zit ik in stilte tegenover hem en neem af en toe een slok van mijn koffie.

Als ik besluit te vertrekken, schuif ik met mijn voeten en ik kuch. Nu reageert hij wel. Hij kijkt me aan, lacht en zegt: 'Was je ook even in slaap gevallen?'
Hij dommelt te snel weer weg om me te horen zeggen dat ik niet heb geslapen. Ik ga dicht bij hem staan, leg een hand op zijn arm en praat harder dan normaal: 'Opa, ik ga naar huis, maar kom vanavond nog even kijken hoe het gaat, goed?'
Hij reageert niet meer.
Later die avond worden mijn vriendin en ik met de auto opgepikt door mijn neef. 'Opa is aan het sterven,' zegt hij kort. Als we tien minuten later aankomen, ligt hij in zijn luie stoel. Opa is niet meer.

Meer berichten