Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Hospice

Mijn opa ziet in dat hij niet meer alleen kan wonen, omdat hij voor alles iemand nodig heeft. Hij slaapt de hele dag en als er bezoek is, valt hij tijdens het praten in slaap.
'Dit gaat zo niet meer,' mompelt hij. 'Ik kan hier niet meer wonen, maar waar kan ik heen?'
Mijn neef belt twee dagen met de huisarts en Buurtzorg en dan is er plek in het hospice van Buurtzorg. Mijn opa vindt 'hospice' een rotwoord en wil er niet heen, omdat het een plek is waar mensen sterven. 'Maar,' vertellen we, 'het is tijdelijk, omdat er nergens anders plek is. Als het beter met je gaat kun je terug naar huis.'
'Mag mijn scootmobiel mee?'
'Ja, opa, die mag mee.'
Opa zit in zijn stoel om zich heen te kijken. Hij neemt alles in zich op en zegt dan: 'Nou, toe maar dan. Help me even opstaan.'
In mijn Toyota Aygo rijden mijn neef, opa en ik naar de hospice. Daar wachten twee medewerkers ons op en zodra we opa in een rolstoel zijn kamer binnenrijden, valt een groot deel van onze zorgen weg. Een fijne plek.
'Hoe lang mag ik hier blijven?' vraagt opa.
'Drie maanden.'
'En als ik beter ben, ga ik terug naar huis?' Opa kijkt mij aan.
'Ja, opa. We zeggen de huur van je huis nog niet op.'
Hij kijkt tevreden en begint te knikkebollen.
We krijgen een brochure met onder andere de eigen bijdrage van het verblijf. Die brochure vouw ik dubbel en stop ik in mijn kontzak voordat opa hem kan zien. Hem kennende vindt hij dat te duur voor een hospicekamer en gaat hij voor dat geld liever naar huis.
Opa valt in slaap, maar niet voordat hij heeft gevraagd wanneer we de scootmobiel gaan halen en waar die dan kan staan.

Meer berichten