Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Scootmobiel

Mijn opa is boos en wanneer ik bij hem binnen stap, kan ik zien dat hij flink aan het piekeren is.
'Tole, fijn dat je er bent. Ga even zitten.'
Hij wijst me de stoel aan waar ik altijd zit.
'Wat is er, opa?'
'Kijk, ik ben eigen baas hier en ik red me prima, maar het wordt wel zwaarder om hier te leven. Ik kan niks zelf meer en om nou voor alles iemand te moeten bellen is ook zo wat.'
Hij probeert te verzitten en als dat niet gaat omdat hij daar te weinig lucht voor heeft, wijst hij met zijn vinger de lucht in. 'Maar ik zeg je, ik ga nergens heen als ik mijn scootmobiel niet mee kan nemen. Ik moet te allen tijden eropuit kunnen met de scootmobiel of de... God hoe heet dat ding ook alweer?' Hij wijst achter zich.
'Rollator?'
'Ja! Als dat niet kan, dan ga ik niet. Tenzij ik het zelf niet meer kan, dat is een ander verhaal natuurlijk, maar anders ga ik niet. Ik ben eigen baas!'
Hij kijkt naar de slaapkamer. Waar hij vanochtend niet meer zelf uit bed kon komen en, tegen zijn gewoonte in, tot acht uur heeft moeten wachten tot Buurtzorg hem eruit kon helpen.
'Het wordt wel zwaar hier zo leven.'
Hij wuift het weer weg. 'Ach toe maar. Dat maak ik misschien niet eens meer mee.'
'Voor alles is een wachtlijst, opa, en we beslissen niks zonder jouw toestemming. We overleggen alles met jou.'
'Ja, weet ik ook wel, maar ik woon zo prettig hier. Ik heb een tuin en kan naar buiten.'
Hij wrijft in zijn handen en het raspt. Het verbaast me iedere keer dat handen zo droog kunnen zijn.
Het is een tijdje stil. Dan zegt hij: 'Maar mijn scootmobiel moet mee. Die is me heilig.'

Meer berichten