Logo zutphensekoerier.nl


Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Koosnaampje

Mijn opa zit in zijn oudemensenstoel wanneer mijn vriendin en ik de ochtend na zijn val om half negen de deur openen. Hij reageert niet op het geluid van de deur, wat hij anders wel doet, en even ben ik bang. Leeft 'ie nog? Dan schuifel ik met mijn voeten en ik kuch een keer. Hij kijkt op en lacht. 'Wat komen jullie doen? Ik heb toch niet gebeld?'
'Nee opa, gewoon even kijken,' zegt mijn vriendin.
'Oh, dat is aardig. Maar daar hadden jullie echt de wekker niet voor hoeven zetten, hoor.'
'We komen gewoon even kijken hoe u geslapen heeft, of we iets kunnen doen.'
'Dat is lief, meisje.'
Na het bespreken van de val en hoe het met de pijn gaat, hebben we het over alledaagse dingen en zit er tegenover ons weer een druk pratende opa. Een hele opluchting na de dag ervoor.
'Hoe noemen jullie elkaar, hebben jullie namen die alleen jullie weten?' vraagt opa.
'Hoe bedoel je,' vraag ik.
'Nou, ik noemde mijn vrouw 'moeder'. Dan zei ik: "Moeder, geef me eens wat geld voor tabak." Of: "Moeder, hier heb je het loon van deze week."'
Opa herinnert zich ineens iets en begint te grinniken. 'We waren een keer bij vrienden op de camping en ik zeg tegen mijn vrouw: "Moeder, kom we gaan." Vraagt de man bij wie we voor de tent zaten aan zijn dochter: "Was zijn moeder hier ook dan?"
We lachen en opa schudt zijn hoofd. 'Een ander zegt: "Huissnoepje, ga je mee?" Of moppie. En ik zeg moeder.'
Hij kijkt naar buiten en begint te staren.
'Ach ja, het is wat.'
Mijn vriendin en ik kijken elkaar aan. 'Huissnoepje?' Vraag ik.
Ze schudt haar hoofd en lacht.
'Ik zie het al,' zegt opa, 'huissnoepje vindt ze niks.'

reageer als eerste
Meer berichten