Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: Boodschappen

Mijn opa belt me op een rustige middag op en vraagt of ik tijd heb langs te komen. De dag ervoor ben ik ook geweest. Niet dat ik het erg vind, maar hij lijkt vergeten te zijn dat we gisteren een hele middag koffie hebben gedronken. Ik zeg dat ik eraan kom en een half uur later arriveer ik bij de Polbeek. Hij zit in zijn stoel te slapen. Zoals dat de laatste tijd vaker voorkomt. Als ik voorzichtig de deur open en naar binnen stap, schrikt hij op en kijkt serieus.

'Kom eens even zitten, jongen, ik moet je wat vragen.'
Ik trek mijn jas uit en bereid me voor op een gewichtige vraag.
'Je moet zo even kijken of ik nog genoeg boodschappen in huis heb, want ik kan zelf niet meer naar buiten.'
'Goed opa, ik zal even kijken. Heb je iets nodig?'
'Je moet even kijken hoeveel broden er in de vriezer liggen en of er nog genoeg kaas is. En de koffie is op, sinds jij vaak komt gaat de koffie snel op.'
Als ik in de keuken de vriezer opentrek zie ik drie broden liggen. Precies het aantal dat hij hebben wil. Ook ligt in de koelkast nog een stuk kaas. Groot genoeg om twee broden mee te beleggen.
'Goh, opa,' zeg ik als ik weer zit, 'je vraagt me langs te komen om te vragen of ik nieuwe koffie wil halen omdat ik zoveel koffie drink als ik langs kom...'
'Ja,' zegt hij serieus. 'Wat dan?'
Ik lach. 'Ach niks... Eet je nog wel genoeg brood?'
'Nee, brood eet ik niet meer. Ik krijg het niet meer weg. Ik drink alleen nog van die pakjes.'
'Dus je bent gestopt met eten? Dat is niet goed, toch?'
'Ach.'
Hij kijkt naar buiten.
'Zeg, als je koffie wilt, moet je het zelf even zetten.'

Meer berichten