Tole Bobbink

Tole Bobbink: Verfbrander

Mijn opa komt een half uur eerder dan we hebben afgesproken de straat inrijden. Anders zit hij toch maar thuis te wachten. Ik schilder de buitenkozijnen. Ze zijn dringend aan onderhoud toe. Ik heb het al twee jaar uitgesteld en daarvoor is het tien jaar niet gedaan en aangezien de gemiddelde buitenverf zeven jaar goed blijft zitten, begint de verf hier en daar te scheuren. Een echte man doet in en om het huis de klusjes zelf, vindt opa, en dus moet het er maar een keer van komen.
Hij parkeert zijn scootmobiel langs de stoep en blijft in zijn karretje zitten. Hij zet zijn pet af en kijkt hoe ik bezig ben. Ik vraag of hij vroeger ook kozijnen heeft geschilderd. 'Ja, natuurlijk! Maar ik deed het met zo'n föhn hè, dan brandt de verf makkelijk los en kun je eerder beginnen met schilderen.'
'Heb je die nog?'
'Ze hebben mijn kelder opengebroken'
'Nee, die dingen hebben ze van me gegapt. Ze hebben mijn kelder opengebroken en al mijn gereedschap meegenomen. Niet dat kleine spul. Alleen elektrisch gereedschap. En niet alleen van mij, hoor, van meer mensen.'
'Hebben ze in een bejaardentehuis ingebroken? Dat is stom.'
'Ach ja, ik heb er niks meer aan, ik gebruik het niet, maar jij had het nu kunnen hebben.'
Ik help hem uit de scootmobiel om binnen een glas water te drinken. 'Opa,' zeg ik, 'ik heb nog foto's gevonden van vroeger, van jou met mijn ouders in de tuin.'
Verveeld wuift hij mijn woorden weg. 'Die foto's heb ik al zo vaak gezien, laat maar.' Hij wijst naar buiten. 'Ga maar schuren, want dat duurt nog wel even zonder föhn.'
Ik kijk naar de kozijnen en zie hoeveel hout ik nog moet schuren en vervloek de lui die de verfbrander van mijn opa hebben gegapt.

Meer berichten