Logo zutphensekoerier.nl


Tole Bobbink

Column Tole Bobbink: De val

  Column

Mijn opa belt als ik met mijn vriendin aan de keukentafel zit. Het is zaterdagmiddag en na een hele dag de krant lezen, neem ik loom de telefoon op.
'Hoi opa!' roep ik traag.
'Tole, ik ben gevallen, kun je komen?'
Geschrokken zeg ik dat ik eraan kom en hang op. Als ik boven mijn badjas omruil voor gewone kleren, belt hij nog een keer en neemt mijn vriendin de telefoon op. Ze roept naar boven dat hij niet meer onder de kast ligt, dat de receptie van Polbeek hem met een pleister in de stoel heeft neergezet.
Ik haal een paar keer adem en kleed me minder paniekerig om.
Als ik tien minuten later bij hem aankom, arriveer ik tegelijk met Lisan, een van de verpleegkundigen van Buurtzorg. We kijken geschrokken naar opa en opa kijkt geschrokken naar ons terug. 'Ik weet niet hoe het komt, Tole, ik wilde wat op de kast leggen.'
Lisan verzorgt zijn wonden en ik zet koffie tegen de schrik. 'Doet het geen pijn?' vraagt ze als ze een groot stuk huid voorzichtig terug op zijn plek legt. 'Het prikt alleen een beetje,' zegt hij zacht.
We trekken zijn bebloede kleren uit en als hij in zijn ondergoed zit, valt me op hoeveel hij is afgevallen de laatste weken. 'Trek me alsjeblieft de kleren weer aan, ik heb het zo koud,' mompelt hij.
De huisarts arriveert en checkt zijn vitale functies. Behalve de verwondingen is er niks aan de hand. Na een tijdje zitten we met zijn tweeën in de schemer op onze vaste plekken aan een nieuwe kop koffie.
'Wat nu, opa?'
'Ik weet het niet, jongen, je kunt naar huis gaan. Alles is goed nu.'
'Nee, ik wil nog niet naar huis.'
'Dat is goed, blijf nog maar even zitten dan.'

1 reacties